
Ik had ‘m bijna persoonlijk ontmoet, op een bijeenkomst in Amsterdam, maar het kwam er net niet van, Michael Braungart. Een van de twee bedenkers van het concept “C2C”. Samen met McDonough draagt hij de boodschap uit dat als je spullen van spul maakt dat je later opnieuw kan gebruiken voor andere gelijkwaardige spullen, je dan geen beroep meer hoeft de doen op nieuwe spullen! Dat we het vanzelfsprekend horen te vinden, dat we in onze ontwerpprocessen nadenken over de relatie tussen wat we maken en de natuur.
C2C drijft op de balans tussen ecologie, economie en ethiek.
Presentatie McDonough
McDonough vertelt een uitermate boeiend verhaal van 45 minuten...
...Ik heb 'm net wéér helemaal gekeken. Echt boeiend. Dát spreekt me nou aan.
Voorbeeldje: Ze herontwierpen een Zwitserse textielfabriek, die langzaam klem kwam door de strenger wordende eisen over de chemicalien die ze gebuikten. Nu gebruikt het bedrijf slechts nog natuurlijke materialen. De inspecteurs kwamen terug en dachten aanvankelijk dat hun meetapparatuur kapot was. Uiteindelijk concludeerden ze dat er niets meer te inspecteren viel.
Ook de VPRO maakte er in 2005 een docu over, en twee jaar later een update (40min), door sommigen té lovend gevonden.
Hype?
De critici zijn sceptisch. Ze vinden het maar een hype. Ik moet persoonlijk zeggen dat ik het ook wel erg rooskleurig gepresenteerd vind. Maar in essentie is C2C goed tot zeer goed, vind ik: Het idee om de wereld te verbeteren niet door op de rem te springen, maar slim te accellereren vind ik goed. Als je de aandeelhouders niet blij houdt kan je inpakken, vrees ik, want economisch gewin, is m.i. de belangrijkste motor van de meerderheid van de mensen op de wereld.
Edit (12-03-2008): Een leuk stukje over de hype status van C2C anno nu.